• Zachte landing bij schijnzelfstandigheid blijft in 2026 gedeeltelijk van kracht
  • Zachte landing bij schijnzelfstandigheid blijft in 2026 gedeeltelijk van kracht
  • Zachte landing bij schijnzelfstandigheid blijft in 2026 gedeeltelijk van kracht
TvdW
20-01-2026

In een eerdere blog gingen we al uitgebreid in op schijnzelfstandigheid, de Wet DBA en de verwachtingen voor het jaar 2026. Toen lichtten we toe dat de overgangsperiode rondom de handhaving – de ‘zachte landing’ – per 1 januari 2026 zou verdwijnen. Ondertussen is de situatie toch net wat anders uitgepakt. Hoewel de overheid vasthoudt aan een stevigere controle op arbeidsrelaties, is besloten om de zachte landing tóch niet volledig los te laten. In deze blog praten we je bij over hoe de handhaving er dit jaar werkelijk uitziet, welke onderdelen van de zachte landing zijn behouden, en wat dit concreet betekent voor organisaties die met zzp’ers werken.

Hoe zat het ook alweer?

Schijnzelfstandigheid speelt wanneer iemand als zzp’er wordt ingehuurd, maar in de praktijk werkt alsof hij of zij in loondienst is. Denk aan situaties waarin de opdrachtgever bepaalt hoe het werk moet worden uitgevoerd, of waarin de werkzaamheden volledig opgaan in de dagelijkse organisatie. Ik zulke gevallen kan de Belastingdienst concluderen dat er eigenlijk sprake is van een arbeidsovereenkomst.

De Wet DBA vormt het kader waarbinnen de beoordeling van schijnzelfstandigheid plaatsvindt. De wet zelf bevat weinig concrete normen; de feitelijke toets volgt uit rechtspraak – zoals het Deliveroo-arrest – waarin wordt bepaald wanneer iemand als zelfstandige of als werknemer moet worden aangemerkt.

Binnen dat geheel speelt de zachte landing een grote rol. Dit is de term voor de terughoudende manier van handhaven die sinds 2025 geldt. In plaats van direct boetes of zware maatregelen te nemen, begint de Belastingdienst met een bedrijfsbezoek. Er volgt dan meestal eerst alleen een waarschuwing. Pas wanneer een organisatie aanwijzingen negeert of doelbewust verkeerd handelt, kan de fiscus zwaardere stappen zetten.

De situatie voor 2026

Eerder werd aangekondigd dat deze zachte landing per 1 januari 2026 volledig zou stoppen. Ondernemers rekenden dus op een hardere overgang naar strengere handhaving. Inmiddels is duidelijk dat de terughoudende aanpak niet volledig wordt losgelaten. Een deel hiervan blijft dit jaar toch bestaan, zodat organisaties extra tijd krijgen om hun arbeidsrelaties te verbeteren.

Dat betekent echter niet dat de handhaving stilvalt. De Belastingdienst blijft namelijk actief controleren en past een combinatie van begeleiding en toezicht toe. Dat gebeurt in 2026 met het eerder genoemde bedrijfsbezoek als eerste stap, waarin vooral wordt gekeken naar verbetering en duidelijkheid. Deze aanpak blijft dus van kracht.

Financiële gevolgen zijn wel degelijk mogelijk. Naheffingen mogen worden opgelegd voor werk vanaf 1 januari 2025, maar alleen na een boekenonderzoek. Dat betekent dat onjuiste kwalificaties alsnog kunnen leiden tot terugwerkende correcties.

Wat dit jaar niet gebeurt, is het opleggen van verzuimboetes. Die zijn opnieuw uitgesteld. Wél kan de Belastingdienst vergrijpboetes opleggen wanneer sprake is van opzet of grove schuld. Deze boetes kunnen oplopen tot 100% van de naheffing.

Waarom de zachte landing toch deels blijft bestaan

Het kabinet kiest voor een gedeeltelijke verlenging omdat nieuwe, duidelijke wetgeving nog steeds ontbreekt. De Tweede Kamer vindt dat ondernemers niet bestraft moeten worden zolang de regels nog onduidelijk zijn. Tegelijkertijd wil de overheid wel optreden tegen bewuste misstanden. Daarom blijft de milde aanpak tegen goedwillende ondernemers bestaan, terwijl misbruik van regelingen wél worden aangepakt.

Sectoren onder extra toezicht

In sectoren waar schijnzelfstandigheid vaker voorkomt, is de kans op controle groter. De bouwsector kreeg al aanwijzingen en moet situaties binnen enkele maanden corrigeren. Wordt dat niet gedaan, dan volgen in 2026 alsnog naheffingen en boetes.

Ook in de zorgsector kijkt de Belastingdienst scherp mee. Organisaties zijn hier vaak afhankelijk van zzp’ers, maar de wijze van inzet lijkt soms op regulier dienstverband, waardoor de risico’s op herkwalificatie groter zijn.

Daarnaast gelden verhoogde aandachtspunten voor logistiek, productie en andere sectoren met veel flexibele inzet.

Wat betekent dit voor ondernemers?

Voor organisaties die met zelfstandigen werken, is 2026 een jaar van voorbereiden. Omdat de zachte landing maar gedeeltelijk is verlengd, is het belangrijk om arbeidsrelaties zorgvuldig vast te leggen én aan te tonen dat er sprake is van echte zelfstandigheid. Vooral de praktijk telt: ondernemersrisico, vrijheid van uitvoering en afwezigheid van gezag moeten zichtbaar zijn. Het is verstandig om:

  • Werkafspraken te toetsen aan relevante criteria
  • Goede contracten op te stellen
  • Voorbereid te zijn op een bedrijfsbezoek

Vanaf 2027 wordt volledig gehandhaafd, inclusief reguliere boetes. 2026 is dus hét jaar om zaken goed te regelen en risico’s te verkleinen voordat de strengere lijn definitief ingaat.

Tot slot

De gedeeltelijke verlenging van de zachte landing zorgt ervoor dat 2026 geen jaar van directe handhaving wordt, maar ook zeker geen periode waarin niets gebeurt. Controles blijven doorgaan, naheffingen kunnen worden opgelegd en ernstige overtredingen worden aangepakt. Door arbeidsrelaties goed te beoordelen en te documenteren, bouw je aan een solide basis voor de komende jaren.

Heb je vragen over jouw arbeidsrelaties of wil je zeker weten dat alles goed is vastgelegd? Neem gerust contact met ons op; wij denken graag met je mee.

Terug naar overzicht
Cookies
Wij maken gebruik van cookies zoals omschreven in ons Privacy document. Klik op onderstaande button als u hiermee akkoord gaat. Of klik hier om deze melding te verbergen
Akkoord