• De nieuwe pensioenwet in 2026: wat betekent dit voor werkgevers?
  • De nieuwe pensioenwet in 2026: wat betekent dit voor werkgevers?
  • De nieuwe pensioenwet in 2026: wat betekent dit voor werkgevers?
TvdW
19-02-2026

Het Nederlandse pensioenstelsel is de afgelopen jaren grondig vernieuwd. Met de Wet toekomst pensioenen, die in 2023 is ingegaan, verandert vooral de manier waarop werknemers hun aanvullend pensioen via de werkgever opbouwen. Dat aanvullende pensioen komt bovenop de AOW die iedereen vanuit de overheid ontvangt. De grote verandering is dat pensioenopbouw persoonlijker en inzichtelijker wordt, en dat werkgevers vóór 1 januari 2028 hun bestaande regelingen moeten aanpassen aan de nieuwe wetgeving. Volgens de Rijksoverheid moeten werkgevers, vakbonden en pensioenuitvoerders op tijd afspreken hoe zij de overstap maken, omdat de uitvoerders daarna maanden nodig hebben om die nieuwe regeling uit te voeren. In deze blog vertellen we je alles wat je hierover moet weten.

Wat er in 2026 concreet verandert

In 2026 worden deze veranderingen concreet zichtbaar in de praktijk. Een groot deel van de pensioenuitvoerders is inmiddels begonnen met het overzetten van bestaande pensioenen naar het nieuwe stelsel. De overheid geeft aan dat sinds 1 januari 2026 al ruim 9,5 miljoen pensioenen zijn overgegaan naar de nieuwe regels. Dat maakt het voor ondernemers belangrijk om juist nú te kijken naar hun eigen regeling, zodat zij niet te laat komen met de verplichte aanpassingen.

De persoonlijke pensioenpot

De kern van de nieuwe wet is dat werknemers een persoonlijk pensioenvermogen opbouwen. In het nieuwe stelsel krijgt iedere werknemer een individuele pensioenpot waarin precies zichtbaar is welke premie voor hem of haar is ingelegd en hoe deze pot groeit of daalt door beleggingsresultaten. De overheid benoemt dat werknemers straks een eigen pensioenpot hebben met daarin alle premie die is betaald plus de winst of het verlies dat met dat geld wordt gemaakt.

Dit betekent niet dat het doel van pensioen verandert. Het blijft bedoeld als aanvulling op de AOW. Maar de manier waarop de opbouw plaatsvindt, verandert wel wezenlijk. Pensioenuitkeringen kunnen meer meebewegen met economische omstandigheden. Als het economisch goed gaat, kunnen pensioenen eerder omhooggaan. Maar in mindere tijden kunnen ze ook omlaag gaan. De wet schrijft voor dat er reserves worden aangehouden om schommelingen zo veel mogelijk te dempen.

Verschillen tussen werkgevers met en zonder cao

Hoe de overgang verloopt, hangt af van de situatie van de onderneming. Werkgevers die zijn aangesloten bij een cao of verplicht bedrijfstakpensioenfonds hoeven de nieuwe afspraken niet zelf te maken. In die gevallen leggen vakbonden, werkgeversorganisaties en pensioenuitvoerders de nieuwe regeling vast. Zodra deze afspraken zijn gemaakt, wordt duidelijk welke rol de werkgever heeft.

Werkgevers zonder cao moeten zelf nieuwe pensioenafspraken maken met hun medewerkers en de pensioenuitvoerder. Zij moeten beslissen hoe de nieuwe regeling eruit komt te zien en wat er gebeurt met eerder opgebouwde pensioenen. De wet vereist dat deze werkgevers een transitieplan opstellen waarin staat hoe de overstap wordt gemaakt, welke keuzes zijn gemaakt en of bepaalde medewerkers compensatie nodig hebben. Dit transitieplan moet uiterlijk op 1 oktober 2026 worden ingediend bij verzekeraars of premiepensioeninstellingen.

Omdat uitvoerders vervolgens zes tot achttien maanden nodig hebben om een nieuwe regeling technisch om te zetten, is het verstandig om ruim op tijd te beginnen met deze voorbereiding.

Wat betekent dit voor werknemers?

Voor werknemers verandert vooral de manier waarop zij hun pensioen kunnen volgen. Door de persoonlijke pensioenpot wordt het overzichtelijker om te zien wat er is opgebouwd, ook wanneer iemand meerdere werkgevers heeft gehad. Dat past beter bij moderne loopbanen waarin mensen vaker van baan wisselen of tijdelijk zelfstandig werken. De overheid geeft aan dat werknemers jaarlijks inzicht krijgen in de resultaten en de verwachtingen van hun pensioenpot, maar pensioenuitvoerders mogen geen vaste beloften meer doen voor de lange termijn.

Wat er van werkgevers wordt verwacht

De overgang naar de nieuwe pensioenwet is een grote verandering, en tegelijkertijd ook een noodzakelijke modernisering. Werkgevers zonder cao moeten actief aan de slag met het voorbereiden van de nieuwe regeling, het opstellen van het transitieplan en het informeren van medewerkers. Werkgevers die onder de cao vallen, zullen vooral worden meegenomen door sectorafspraken, maar krijgen uiteindelijk ook te maken met andere regels en een vernieuwde pensioenregeling.

Wil je weten wat dit concreet betekent voor jouw organisatie? Neem gerust contact met ons op; wij denken graag met je mee.

Terug naar overzicht
Cookies
Wij maken gebruik van cookies zoals omschreven in ons Privacy document. Klik op onderstaande button als u hiermee akkoord gaat. Of klik hier om deze melding te verbergen
Akkoord