• Nieuw toetsingskader geeft meer duidelijkheid over schijnzelfstandigheid
  • Nieuw toetsingskader geeft meer duidelijkheid over schijnzelfstandigheid
  • Nieuw toetsingskader geeft meer duidelijkheid over schijnzelfstandigheid
TvdW
28-07-2026

De discussie over schijnzelfstandigheid houdt ondernemers al geruime tijd bezig. Sinds de Belastingdienst weer actiever handhaaft op de Wet DBA, vragen veel opdrachtgevers en zzp’ers zich af waar zij precies aan moeten voldoen. Hierbij gaven zij aan behoefte te hebben aan meer duidelijkheid.

Om meer duidelijkheid te bieden heeft het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid onlangs het Toetsingskader Beoordeling Arbeidsrelaties gepubliceerd. Dit document brengt de belangrijkste wetgeving en rechtspraak samen en laat zien hoe arbeidsrelaties tegenwoordig worden beoordeeld. Voor opdrachtgevers en zelfstandigen biedt dit een belangrijk inzicht: niet het contract alleen, maar vooral de manier waarop in de praktijk wordt gewerkt, bepaalt of sprake is van ondernemerschap of dienstverband.

Waarom is dit toetsingskader belangrijk?

De publicatie van het toetsingskader komt op een moment waarop schijnzelfstandigheid volop in de belangstelling staat. Sinds de hervatting van de handhaving op de Wet DBA kijken de Belastingdienst en andere toezichthouders kritischer naar arbeidsrelaties.

De beoordeling gebeurt altijd op basis van alle feiten en omstandigheden samen. Juristen noemen dit een integrale of holistische toets. Dat betekent dat zelfs een uitstekend opgesteld contract onvoldoende kan zijn wanneer de dagelijkse praktijk juist kenmerken van een dienstverband laat zien.

De basis blijft: arbeid, loon en gezag

Het toetsingskader sluit aan bij de bestaande wettelijke definitie van een arbeidsovereenkomst. Daarbij wordt gekeken naar drie belangrijke elementen:

  • Er wordt arbeid verricht;
  • Daar staat een vergoeding tegenover;
  • Er is sprake van een gezagsverhouding.

Met name dat laatste punt blijft het meest bepalend. Van een gezagsverhouding kan al sprake zijn wanneer een opdrachtgever de bevoegdheid heeft om aanwijzingen en instructies te geven over de uitvoering van het werk. Het is dus niet noodzakelijk dat die instructies voortdurend worden gegeven; de mogelijkheid alleen kan al een belangrijke aanwijzing zijn.

Dat betekent dat ondernemers verder moeten kijken dan de titel van de overeenkomst. De vraag is niet of partijen hebben afgesproken dat iemand zzp’er is, maar of de feitelijke samenwerking ook daadwerkelijk kenmerken van zelfstandig ondernemerschap vertoont.

De negen gezichtspunten uit de rechtspraak

Een belangrijk onderdeel van het nieuwe toetsingskader is de verdere uitwerking van de negen zogenoemde gezichtspunten uit het bekende Deliveroo-arrest van de Hoge Raad. Hierbij wordt onder meer gekeken naar de aard van het werk, de duur van de opdracht, de vrijheid om werkzaamheden zelf in te richten, de mate waarin iemand onderdeel is geworden van de organisatie en het ondernemersrisico dat wordt gelopen.

Opvallend is dat het ministerie expliciet aangeeft dat geen van deze factoren belangrijker is dan de andere. Er bestaat dus geen rangorde. Een ondernemer kan op bepaalde punten sterk zelfstandig lijken, terwijl andere omstandigheden juist wijzen op een dienstverband. Juist daarom blijft maatwerk noodzakelijk. Iedere situatie moet afzonderlijk worden beoordeeld.

Ondernemerschap telt steeds nadrukkelijker mee

Een van de meest interessante onderdelen van het toetsingskader betreft de vraag in hoeverre iemand zich daadwerkelijk als ondernemer gedraagt. Dat gaat verder dan alleen het hebben van een KvK-inschrijving of een btw-nummer. Er wordt gekeken naar de bredere ondernemersactiviteiten van de zelfstandige. Werkt de persoon voor meerdere opdrachtgevers? Worden actief nieuwe opdrachten gezocht? Is er sprake van eigen acquisitie, marketing of investeringen?

De Hoge Raad heeft eerder in het Uber-arrest bevestigd dat deze ondernemerskenmerken nadrukkelijk mogen worden meegenomen bij de beoordeling. Daardoor kan het zelfs voorkomen dat twee personen exact hetzelfde werk verrichten voor dezelfde opdrachtgever, terwijl voor de één sprake is van ondernemerschap en voor de ander van een dienstverband. Dat maakt duidelijk dat niet alleen de opdracht, maar ook de positie van de zelfstandige zelf steeds belangrijker wordt.

De praktijk blijft doorslaggevend

Een belangrijke boodschap uit het toetsingskader is dat de uitvoering van de werkzaamheden uiteindelijk zwaarder weegt dan wat er op papier staat.

Een overeenkomst kan volledig zijn ingericht als opdrachtrelatie, maar wanneer de zzp’er dagelijks meedraait als onderdeel van het vaste team, dezelfde werktijden hanteert als werknemers en nauwelijks zelfstandige beslissingen neemt, ontstaat alsnog een risico op herkwalificatie.

Voor opdrachtgevers betekent dit dat periodieke controles van bestaande samenwerkingen steeds belangrijker worden. Een tijdelijke opdracht kan na verloop van tijd uitgroeien tot een structurele samenwerking die steeds meer kenmerken van een dienstverband krijgt.

Tot slot

Met het nieuwe toetsingskader heeft de overheid een belangrijke stap gezet richting meer duidelijkheid over schijnzelfstandigheid. Toch blijft één boodschap centraal staan: er is geen eenvoudige checklist die automatisch bepaalt of iemand werknemer of zzp’er is. De beoordeling blijft afhankelijk van alle feiten en omstandigheden gezamenlijk. Juist daarom is het verstandig om arbeidsrelaties regelmatig tegen het licht te houden. Zo wordt tijdig duidelijk of de samenwerking nog past binnen de regels voor zelfstandig ondernemerschap.

Heb je vragen over de inzet van zzp’ers binnen jouw organisatie? Neem dan gerust contact met ons op; wij denken graag met je mee.

 

 

Afbeelding door Magnific
Terug naar overzicht
Cookies
Wij maken gebruik van cookies zoals omschreven in ons Privacy document. Klik op onderstaande button als u hiermee akkoord gaat. Of klik hier om deze melding te verbergen
Akkoord