De overheid wil meer zekerheid bieden aan mensen met een flexibel contract. Daarom komen er strengere regels voor flexwerk. Zo verdwijnen nulurencontracten, worden tijdelijke contracten verder aan banden gelegd en krijgen uitzendkrachten meer rechten.
Inmiddels is er een belangrijke stap gezet: de Tweede Kamer heeft ingestemd met het wetsvoorstel ‘Meer zekerheid voor flexwerkers’. Als ook de Eerste Kamer akkoord gaat, kan de wet naar verwachting per 1 januari 2028 in werking treden. Toch is het verstandig om je hier nu al op voor te bereiden. Lees je weer met ons mee?
Waarom gaat flexwerken op de schop?
Nederland telt relatief veel flexwerkers. Volgens recente cijfers gaat het om zo’n 2,7 miljoen mensen, wat neerkomt op bijna drie op de tien werkenden. Daarmee ligt het aandeel flexibele arbeid in Nederland relatief hoog vergeleken met het Europees gemiddelde.
Volgens de overheid is de arbeidsmarkt hierdoor uit balans geraakt. Flexwerken hebben vaak minder zekerheid over hun inkomen en werktijden, verdienen gemiddeld minder en bouwen minder sociale rechten op dan werknemers met een vast contract. Het kabinet wil daarom zorgen voor een betere balans tussen flexibiliteit en zekerheid voor werknemers.
Wat verandert er precies?
De nieuwe wet ‘Meer zekerheid voor flexwerkers’ bevat verschillende maatregelen die samen moeten zorgen voor meer stabiliteit op de arbeidsmarkt.
In plaats daarvan komt het bandbreedtecontract. In zo’n contract worden afspraken gemaakt over een minimum- en maximumaantal uren dat een werknemer per week werkt. Het verschil tussen deze twee mag maximaal 130 percent bedragen. Werknemers krijgen hiermee meer zekerheid over hun inkomen en werktijden. Tegelijkertijd wordt hun positie versterkt, doordat zij werk boven de afgesproken bandbreedte mogen weigeren. Als blijkt dat een werknemer structureel meer uren werkt dan afgesproken, dan moet de werkgever een contract aanbieden met een hogere urenomvang. Voor scholieren, studenten en AOW-gerechtigden blijft het nulurencontract overigens wel mogelijk.
Het uitgangspunt van de wet is dat tijdelijk werk ook echt tijdelijk moet zijn en dat werknemers sneller uitzicht krijgen op een vast contract. De bekende ‘draaideurconstructie’, waarbij werknemers na een korte tussenperiode opnieuw op een tijdelijk contract worden ingezet, wordt verder beperkt. In de aangepaste versie van het wetsvoorstel geldt dat na drie tijdelijke contracten een periode van drie jaar moet verstrijken voordat opnieuw tijdelijke contracten mogen worden aangeboden. Daarmee wordt het minder aantrekkelijk om werknemers langdurig flexibel in te zetten zonder perspectief op een vast dienstverband.
Zij krijgen recht op arbeidsvoorwaarden die gelijkwaardig zijn aan die van werknemers die rechtstreeks in dienst zijn bij de opdrachtgever. Dit gaat verder dan alleen het salaris en moet bredere verschillen in arbeidsvoorwaarden tegengaan. Daarnaast wordt de periode waarin uitzendkrachten relatief weinig zekerheid hebben verkort van anderhalf jaar naar één jaar. De overheid krijgt bovendien de mogelijkheid om in te grijpen als er sprake is van structurele onderbetaling in de uitzendsector.
Wat betekent dit voor jou als ondernemer?
Hoewel de wet naar verwachting pas per 1 januari 2028 in werking treedt, is het verstandig om hier nu al rekening mee te houden. De veranderingen hebben namelijk invloed op de manier waarop je personeel inzet en contracten vormgeeft.
Het is aan te raden om kritisch te kijken naar het gebruik van oproepkrachten en nulurencontracten binnen je organisatie. Ook kan het verstandig zijn om je huidige inzet van tijdelijke contracten tegen het licht te houden. In de nieuwe situatie wordt het minder eenvoudig om werknemers langdurig flexibel te houden zonder een vast contract aan te bieden. Daarnaast kunnen de nieuwe regels rondom uitzendkrachten leiden tot hogere kosten wanneer je gebruikmaakt van flexibel personeel via een uitzendbureau.
Daarbij speelt nog dat minister Vijlbrief de Eerste Kamer heeft gevraagd het wetsvoorstel met spoed te behandelen. Dit heeft onder andere te maken met Europese afspraken binnen het Herstel- en Veerkrachtplan. Als Nederland bepaalde hervormingen niet tijdig doorvoert, kan dit financiële gevolgen hebben. Om die reden wordt geprobeerd het wetsvoorstel sneller definitief te maken.
Tot slot
Deze wet is bedoeld om meer zekerheid te bieden aan flexwerkers die afhankelijk zijn van hun flexibele baan als belangrijkste inkomstenbron. Voor mensen die een flexibele baan hebben als bijbaan kan dit anders worden ervaren, omdat zij juist vaak waarde hechten aan maximale flexibiliteit. Het bandbreedtecontract moet hierin een middenweg bieden tussen zekerheid en flexibiliteit.
De komende periode zal duidelijk worden wanneer de wet definitief wordt en wat de exacte invoeringsdatum zal zijn.
Heb je na het lezen van deze blog vragen? Neem dan gerust contact met ons op!